Welkom op Boeklezers.nl

Boeklezers.nl is een netwerk voor sociaal lezen. Wij helpen lezers nieuwe boeken en schrijvers ontdekken, en brengen lezers met elkaar en schrijvers in contact. Meer lezen »

Meedoen

grenzeloze strijder!

Met deze moeilijke tijden met corona is het zeker niet gek als je je verveelt. Daarom plaats ik van mijn boek grenzeloze strijder, een heel hoofdstuk gratis weg!! Als je hem daarna wil aflezen dan kan dat want hij is te koop!! Meer info https://www.irisluijten-auteur.nl/auteurs/margo-schroeder/grenzeloze-strijder. Of bij https://www.grenzelozestrijder.nl/

                                                                          H1

‘Goed gedaan Ludo!’ zegt Dave terwijl hij me een schouderklopje geeft en bij mij op het bankje naast het grasveld komt zitten. Ik ben net klaar met trainen. Ik had me vandaag gericht op het verdedigen van mijzelf en zo nodig anderen. Tom helpt mij daarbij. Hij kent vele sterke aanvallen en is op dit moment nog in een betere conditie dan ik. De training viel naar mijn idee tegen, ondanks dat het ronde windschild sterker was dan ooit. We lopen vanaf het veld naast onze sportschool de straat uit naar huis. Tornado, mijn trouwe Sint Bernard hond, loopt naast mij. Tornado heb ik voor mijn zestiende verjaardag gekregen van Dave. Achter ons lopen Wolf en Storm, de wolven die ik drie jaar terug heb gered van de dood. Ik heb lange tijd hard met hen getraind om hen te kunnen houden. De drie honden gaan ook vaak mee met hardlopen. Zo blijven zij, net als ik, in conditie.

Voor ons zijn het, buiten ontzettend leuke en lieve gezelschapshonden, ook min of meer hulphonden. Ze zijn slim, want zonder daadwerkelijk getraind te zijn als hulphonden, weten ze het als er hulp nodig is. Het zijn echte speurders en behendig als het gaat om deuren openen en al dat soort praktische zaken. Als ik in gevecht gewond ben geraakt, weten ze zelfs zonder commando dat ze Dave of een andere bekende moeten halen voor hulp. We hebben al veel aan hen te danken.

Om de hoek is ons vrijstaand huis al in zicht. We trekken onze schoenen uit in de brede gang en drinken nog wat frisdrank in de woonkamer. De flatscreen televisie wordt aangezet, maar doordat Tornado zijn grote kop op de piano legt, is er niks van het nieuws te verstaan. Dave sloft over het parket de melkwitte keuken in. Hij klingelt wat pannen tevoorschijn en maakt dan de spaghetti voor straks klaar. Tom gaat ondertussen zijn tas inpakken voor het weekend. We gaan namelijk op vakantie naar Hongarije. Daar hebben we alle tijd en ruimte om mijn krachten te trainen. Nu in het begin van de lente is het er ook nog niet te warm voor. Ik maak dus een goede kans mijn krachten sterker te maken en beter onder controle te krijgen. Door de jaren heen heb ik wel veel krachten prima onder controle weten te krijgen. Ik beheers de vier hoofdelementen, water, aarde, lucht en vuur, en kan daarmee zowel aanvallen als verdedigen. Daarbij heb ik een extra paar armen, dat op gedachtecommando uit mijn bovenrug komt. Ze zijn vrijwel onzichtbaar, een paar meter lang en gigantisch sterk. Ik ben al sterk, maar toch kan ik meer met mijn krachten bereiken door constante, goede training. Gelukkig helpt onze kaalkop, Tom, mij nu met trainen. Hij is weliswaar dertig jaar, altijd donker gekleed en kwam van de zogenaamde slechte kant, maar met zijn wel te noemen “toverstok” kan hij veelzijdig vechten en is hij een goede uitdaging voor mij. De reden dat Tom van de slechte kant was, is omdat hij vroeger werd mishandeld door zijn vader. Hij werd opgesloten en gedwongen onschuldige mensen te mishandelen. Hij kreeg later de taak mij te vermoorden, maar zag in dat het anders kon. Tenminste, dat is wat hij ons heeft verteld. Hij is niet erg open over zijn verleden. Hij was natuurlijk niet zomaar te overtuigen om te stoppen met moorden. Iemand vond het blijkbaar leuk om handboeien om te doen, toen we beiden na een gevecht bewusteloos op de grond lagen. Voor hem was het toen de ideale kans mij te vermoorden. Vreemd genoeg deed hij dat niet. Ik besefte toen dat er ook wat goeds in hem zat. Ik was gewond en zwak door het gevecht en niet in staat de boeien los te krijgen. Hij was zijn stok blijkbaar kwijt, waardoor ook hij niks met de boeien kon. Het kwam er uiteindelijk op neer dat Tom met mij mee naar huis moest. Vreemd genoeg accepteerde hij dat vrij snel. Dit was mijn kans om hem met de, in onze ogen, goede wereld kennis te laten maken. Hij was erg afstandelijk en Dave en ik waren in het begin ook wat onwennig richting hem. Na veel moeite zag hij in dat hij voor het eerst vrienden kon krijgen en misschien al wel had. Hij had nooit eerder vrienden mogen hebben van zijn vader, maar hij waardeerde onze vriendelijkheid wel. Buiten dat hij nog regelmatig duistere trekjes heeft in de vorm van gevoelloosheid en rotopmerkingen, is hij een goede vriend van ons geworden en een goede hulp bij het trainen en ontwikkelen van mijn krachten.

Dave is inmiddels klaar met het eten maken en heeft de borden op tafel. Hij kookt altijd zo lekker dat ik het vaak vanaf de sportschool al kan ruiken. We gaan met z’n drieën aan tafel zitten om van zijn kookkunsten te genieten. Dave en ik kennen elkaar al zo lang als ik mij kan herinneren. Onze ouders waren bevriend en ik kwam al als baby bij hen. Wij verschillen drie jaar, hij is vierentwintig. Vroeger leken we al veel op elkaar. Bijna dezelfde tint bruine ogen en allebei bruin haar, alleen dat van mij krulde altijd al licht. Ik zag hem als een groot voorbeeld en wilde net zo zijn als hij. Ik imiteerde zijn gedrag en we kregen dezelfde kledingstijl. Tot op heden delen en dragen wij nog dezelfde stijl aan gekleurde basics of zwarte shirts met opdrukken van voornamelijk Chinese of Japanse tekens. We wisselen zelfs vrijwel al onze korte en lange broeken uit.

Op mijn veertiende reisden we al samen naar verschillende landen en we zijn uiteindelijk hier in Nederland beland. Ieder jaar gaan we een aantal keer terug naar ons geboorteland, Zwitserland. We hebben daar nog vele vrienden en natuurlijk bezoeken we onze families daar ook. Dave helpt mij praktisch gezien overal mee, en ik hem. Van jongs af aan was hij al zorgzaam. Nu sprankelt de liefde van hem af bij alles wat hij voor mij doet. Het is puur en oprecht. Hij vertrouwt mij, kent mij als geen ander en kan mij daarom ook helpen als geen ander. Ik heb zijn hulp ook vaak nodig, want goedbeschouwd loop ik altijd gevaar en neem regelmatig onbedoeld mijn omgeving mee. Ik word vaak zat verwond, maar erger is als mijn vrienden door mij gewond raken. Dat gedoe komt door mijn bovenmenselijke krachten. Mijn eerste kracht ontdekte ik toen ik tien jaar was. Mijn handen waren bedekt met vlammen. Ik was er van geschrokken en er kwam een typische rooklucht van af, maar het deed geen pijn. Later gebeurde dat nog een keer, en nog eens. Elke keer als ik bang of boos was door die pestkoppen op school, gebeurde dat. Op een gegeven moment liet ik de grond bewegen, het water uit de rivier opstijgen en liet ik de wind harder waaien. Ik wist in eerste instantie niet hoe ik het deed. Ik besloot ermee te oefenen en samen met Dave probeerde ik erachter te komen hoe het werkte en wat ik er mee kon. We kwamen erachter dat ik het kon besturen door gedachten. Niet de eerste gedachten die op de voorgrond altijd paraat staan een mening te geven. Maar die meer onbewuste gedachten dieper in je hoofd, waarvan je in Daves geval wel wat van meekrijgt, maar vaak niks over te zeggen hebt. In mijn geval had ik er wél wat over te zeggen, maar ook alleen maar als het om de krachten ging. Zo zijn we dag in dag uit gaan oefenen en ontdek ik tot op heden steeds meer nieuwe krachten en vaardigheden. Het schijnt dat ik de enige ben die handmatig en door gedachten de elementen beheers en mijzelf en anderen kan laten vliegen. Ook Tom is een apart geval. Hij is, zover bekend, de enige die met een voorwerp, zijn stok dus, elementen kan sturen. Er zijn nogal wat jaloerse mensen die mij daarom willen vermoorden. Ze denken dat zij op die manier mijn krachten over kunnen nemen. Naar mijn idee gaan de krachten dan gewoon naar iemand die er wél goed mee zal zijn, of ze verdwijnen wellicht. Zelf zou ik er geen kwaad mee willen doen. Ik heb het nu ook alleen nodig ter verdediging tegen die malloten. Opvallend is wel dat ze alleen mij moeten hebben. We denken dat het komt, omdat ik er meer mee opval. Een soort visuele cirkel van aangevallen worden, mijn krachten laten zien, die worden gezien door anderen, die mij dan vervolgens weer aanvallen. Daarbij is het toch veel handiger om onafhankelijk van een stok, de elementen te sturen. Een stok kan breken, kwijtraken of gestolen worden, dan heb je er niks meer aan, al kan bij diefstal de dief er toch niks mee.

‘Het eten heeft weer goed gesmaakt!’ zegt Tom, terwijl hij mij helpt met de tafel afruimen. ‘Gaan jullie zo nog wandelen?’

‘Ja,’ antwoordt Dave. ‘Heb je zin om mee te lopen?’

Tom denkt even na, maar besluit niet mee te gaan.

Ik roep de honden bij mij en doe net zoals Dave mijn schoenen aan. We lopen twee lange straten uit, richting het bos. Het blijft opvallend stil. We lopen het bos in waar de honden meteen als een stel losgeslagen antilopen rondrennen. De vogels fluiten en de net geboren bladeren wapperen door de zachte windvlagen. We ontwijken de plassen op het brede pad waar wij lopen, de honden springen juist van plas naar plas.

‘Ben je bang?’ vraagt Dave onverwacht.

Ik weet meteen waar hij het over heeft. ‘Angst overwin je door het onder ogen te zien, al is dat niet bepaald makkelijk. En ja, ik maak me zorgen. Die aanvallen tegen mij van al die, nou ja, vijanden helpen niet met de training. Door die tegenslagen word ik niet beter en met wat we in het vooruitzicht hebben, moet ik nog veel leren. Ik vraag mij af wat dat monsterlijke wezen is en doet als hij op ons pad komt.’

Dave kijkt mij ernstig aan en zegt: ‘Ja.’ Meer lijkt hij niet te kunnen zeggen.

Laatst had ik een hele vage ingeving, een onduidelijk visioen, dat mij alleen het gevoel gaf dat er komende zomer iets vreselijks gaat gebeuren. Dagen lang spookte het door mijn hoofd: ‘Je gaat er aan!’ Wat er gaat gebeuren weten we niet, maar als ik aan dat visioen terugdenk, voel ik veel pijn en verdriet van binnen en bovendien de vreemde gedachten aan de rottende geur van mensenvlees.

Al een paar jaar terug had ik ook een visioen, dat was een stuk duidelijker, maar tot op heden nog niet uitgekomen. Het liet mij zien dat er een heel zwaar gevecht aan zit te komen. Een gevecht waar ik fit en sterk voor moet zijn, maar als ik het niet ben, zal het het wezen niet tegenhouden. Het zal het hem alleen makkelijker maken. Ik zal vechten tegen een sterk wezen, een dat ik nog niet eerder bewust heb gezien. Een dat ik misschien ook maar één keer zal zien. En als ik hem zie moet ik hem verslaan. Het wordt hij of ik. Een van ons zal sterven, nooit meer opstaan. Wel een beetje teleurstellend dat het visioen mij niet heeft verteld waar, of liever wanneer het plaats zal vinden.

‘Dave, wat verwacht jij dan?’

Hij kijkt omhoog naar de boomtoppen of de wolken om een antwoord te bedenken, dat misschien nog uit de lucht moet vallen.
                        ‘Het wordt een zware strijd, wanneer het ook maar mag zijn. Ik hoop dat je op dat moment fit bent en sterker. Ik zou niet weten wat ik zonder je moet.’
Aan zijn stem hoor ik dat hij ermee zit. Hij is bang mij te verliezen. Lief en realistisch, ik weet zelf niet eens hoe ik het er vanaf ga brengen.

‘Ik doe mijn best om ons te beschermen. Verwacht jij dat Tom mij zal helpen als het zover is?’

‘Hij zal dat zeker doen, maar ik heb het vermoeden dat het wezen op een moment komt als Tom niet in de buurt is.’

‘Ja, daar ga ik ook vanuit,’ zucht ik. ‘Ik ben blij dat we weer naar Hongarije gaan. Daar kan ik goed trainen en gelukkig word ik daar niet vaak aangevallen. Ik ga alles op alles zetten met de training, ik moet sterker worden, sneller en slimmer. Ik zal het wezen verslaan, hoe dan ook. Het moet gewoon, voor mij en voor jullie.’

‘Even weg van deze omgeving zal ons goed doen. Vakantie met de focus op jouw training.’

We lopen inmiddels weer het bos uit en met een kleine omweg door de straten van het uitgestorven dorp gaan we terug naar huis.
 

Het is vrijdag, nog vroeg in de morgen. Ik eet gauw een snee brood voordat ik met de honden ga hardlopen. Elke keer ren ik een ander rondje, de ene keer verder dan de andere keer en steeds met een ander tempo.

Vandaag ren ik vrij rustig naar een groot weiland. Na de brug is het alleen nog een eentonige geasfalteerde route, niet meer dan twee kilometer bij ons huis vandaan. Het weiland is wat drassig vandaag, dat het rennen wat lastiger maakt, dus meer reden om een sprintje te trekken.

Ik ben op een goede ondergrond sneller dan de gemiddelde sprinters op toernooien. Op het weiland houd ik voor mij mijn beste tijden bij. Met wedstrijden houd ik mij niet bezig. Dat is zo sneu voor de andere sporters en daarbij heb ik daar geen tijd voor en vooral geen zin in.

De honden zijn vrij op het veld aangezien ik toch aan dezelfde kant de wei weer verlaat. Ze rennen voor het grootste deel met mij mee, maar ze zoeken net zo goed hun eigen weg. Ik vind het gewoon heerlijk om over de weides te rennen, het geeft een gevoel van vrijheid. Een aantal keer per jaar wordt er gemaaid en snuif ik de heerlijke geur op van vers gemaaid gras. Daarbij krijg ik een paar keer per jaar de geur van koeienmest te verduren, die over het land wordt gesproeid.
Eenmaal uitgerend roep ik de honden bij mij en verlaten we de wei. Ik jog nog een stukje en loop de laatste paar honderd meter langs het water naar huis.

Zo te zien heeft Tom of Dave de auto al ingeladen voor vanavond, voor de reis naar Hongarije. Vanmiddag gaan we niet veel meer doen dan op de bank hangen en slapen. We reizen ‘s nachts. Tom heeft nog geen rijbewijs, daarom wisselen Dave en ik elkaar af. Een middagje lui doen is daarom ook geen overbodige luxe.

 

Ik hoop dat jullie hoofdsuk 1 leuk vonden!!

7 maanden geleden  - 614 maal bekeken
grenzeloze strijder schröder
grenzeloze strijder schröder: Hallo, ik vroeg me af wat jullie hier van vinden? hebben jullie tips of heeft het jullie interesse gewekt?