Boek
De Domaniale Mijn in Kerkrade was de voortzetting van de Franse gouvernementsmijnen houillères royales de Rolduc. Haar geschiedenis gaat terug tot de twaalfde eeuw en is nauw verbonden met de abdij Kloosterrade, het tegenwoordige hotel en conferentieoord Rolduc. Na de aftocht van de Fransen waren de kolenmijntjes achtereenvolgens Pruisisch, Nederlands, Belgisch en ten slotte weer Nederlands domeinbezit. In 1846 verpachtte de Nederlandse staat de mijnen aan de Aken-Maastrichtsche Spoorweg-Maatschappij als compensatie voor de risico’s die de aanleg en exploitatie van een spoorweg in het dunbevolkte hertogdom Limburg met zich meebrachten. De kolenmijn groeide in anderhalve eeuw uit tot een grote onderneming die in de topjaren aan meer dan 3400 kompels werk bood. Veertig miljoen ton steenkool haalden die stoere mannen in al die jaren uit de Limburgse en Duitse bodem.Oud-Kerkradenaar Paul Geilenkirchen (1947-2022) beschrijft in dit boek de bedrijfsgeschiedenis van de Domaniale tussen 1815 en 1920. Eerder verschenen de delen 'Van Feierschicht tot Vrije zaterdag' en 'Van Mijnnota tot liquidatie' over de periodes 1919-1965 en 1965-1996 met een uitloop naar het Jaar van de Mijnen 2015. «
Boeklezers.nl is een netwerk voor sociaal lezen. Wij helpen lezers nieuwe boeken en schrijvers ontdekken, en brengen lezers met elkaar en schrijvers in contact. Meer lezen »
Niemand